Leren door te doen
Begin 2025 ging de gemeente Veldhoven voor de uitbreiding van hun laadinfrastructuur aan de slag met participatie. Ze kozen bewust voor een traject waarin bewoners actief konden meedenken over de beste plekken voor laadpalen.
Met behulp van de participatietool van EVTools en een goed doordacht communicatieplan wist de gemeente honderden inwoners te betrekken. Het resultaat: een breed gedragen plankaart, minder bezwaren – maar ook waardevolle lessen voor de volgende keer. We vroegen verkeerskundige Hugo Smits en beleidsmedewerker Leoniek van der Hoorn naar hun ervaringen.

“We wilden niet dat bewoners verrast zouden worden door laadpalen in hun straat. Door hen vooraf te betrekken, bespaar je later veel tijd en weerstand.” Hugo Smits, verkeerskundige gemeente Veldhoven
Draagvlak aan de voorkant
In eerdere participatierondes merkte de gemeente dat er geregeld onvrede ontstond over nieuwe laadlocaties. Dat leidde tot vertraging, extra werk en soms frustratie bij bewoners. “We zagen dat het efficiënter kon,” aldus Leoniek. “Als je draagvlak wilt, moet je bewoners aan de voorkant meenemen in het proces.”
Met zo’n 600 potentiële nieuwe locaties op de plankaart koos Veldhoven voor een aanpak waarin participatie en besluitvorming hand in hand gingen. Bewoners konden via een digitale kaart reageren op voorgestelde locaties. Vervolgens werd één integraal verkeersbesluit genomen, zodat de uitvoering snel kon starten.
Die keuze bleek slim – maar ook zwaar. Hugo deed de eerste toetsing van alle 600 locaties zelf, “om één lijn te houden in de afwegingen”, vertelt hij. “Achteraf had ik dat met meer mensen moeten doen. Het was fysiek te veel werk.”
Slimme combinatie van middelen
Participeren begint met communiceren. Daarom was één van de doelstellingen: zoveel mogelijk mensen bereiken met een aansprekende, heldere boodschap. De gemeente zette communicatie breed in, met onder andere berichten in lokale media en via nieuwsbrieven van samenwerkingspartners, opvallende borden langs drukke routes en een inloopmoment voor inwoners zonder computer. “We wilden het laagdrempelig houden,” licht Leoniek toe. “Iedereen moest kunnen meepraten, ook als je niet digitaal vaardig bent.”
Het team koppelde participatie ook aan transparantie: de interactieve kaart is na de participatieronde online blijven staan, zodat inwoners kunnen volgen waar laadpalen gepland of gerealiseerd zijn. “Vroeger was het voor veel mensen een black box,” zegt Hugo. “Nu weten ze wat ze kunnen verwachten, dat zorgt voor rust.”
Uiteindelijk leverde de aanpak ruim 1.200 reacties op, waarvan het merendeel constructief en bruikbaar was. Slechts bij enkele locaties bleek onvoldoende draagvlak; die zijn geschrapt of aangepast.
Lessen voor een volgende keer
De gemeente Veldhoven is blij met het resultaat en kijkt positief terug op het traject, maar uiteraard zijn er ook leerpunten. Zo gaf de gebruikte tool geen inzicht in hoeveel unieke personen hadden gereageerd. “We weten niet of die 1.200 reacties van 1.200 mensen waren, of van 300 mensen die meerdere reacties hebben geplaatst,” vertelt Hugo. “Dat maakt het lastig om de data goed te duiden.”
Ook de terugkoppeling naar bewoners bleek niet altijd eenvoudig. Omdat het niet mogelijk was om individueel te reageren, bleef de communicatie soms wat afstandelijk. “Je kon alleen een algemene reactie geven,” zegt Leoniek. “Dat maakt het moeilijker om mensen echt het gevoel te geven dat hun inbreng verschil maakte.”
Tegelijkertijd werkte de combinatie van participatie en één integraal verkeersbesluit goed. Door inspraak en besluitvorming in één traject te bundelen, voorkwam de gemeente losse procedures en vertraging. “Bewoners weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn”, aldus Hugo.
Zo’n aanpak vraagt echter veel tijd, capaciteit en bestuurlijke steun. In Veldhoven hielp het dat de wethouder participatie nadrukkelijk steunde en ruimte gaf om het goed te doen. Die randvoorwaarden maken het verschil tussen ‘participatie omdat het moet’ en participatie die echt waarde toevoegt. Tegelijk zoekt elke gemeente daarin haar eigen balans, afhankelijk van beschikbare middelen en lokale context.
Participatie blijft hoe dan ook een zoektocht. Sommige bewoners vinden het tempo waarin de laadinfrastructuur wordt uitgerold te hoog, anderen juist te laag. En ondanks alle inspanningen blijft niet alles even inzichtelijk, bijvoorbeeld hoe precies wordt bepaald waar een laadpaal nodig is. “Wij kunnen zelf niet precies uitleggen hoe die behoefte aan laadpalen wordt berekend, omdat dit door een gespecialiseerd bureau wordt gedaan,” erkent Hugo. “Dat maakt het soms lastig om richting bewoners volledig transparant te zijn.”
Belangrijkste aandachtspunten
- Eén persoon verantwoordelijk maken houdt de lijn zuiver, maar is zwaar werk. Zeker voor grotere gemeenten iets om rekening mee te houden.
- Communiceer breed én herhaal. Niet iedereen ziet elk kanaal.
- Zorg voor data-inzicht. Weet wie je bereikt en hoeveel mensen echt meedoen.
- Blijf transparant, ook na afloop. Houd kaarten en besluiten actueel.
“Durf participatie serieus te nemen,” besluit Hugo. “Niet omdat het moet, maar omdat het werkt. Maar verwacht niet dat het vanzelf gaat. Het kost tijd, energie en soms zelfs wat spierpijn!”
Meer informatie
Heb je vragen naar aanleiding van deze casus? Neem gerust contact met ons op!
